De geschiedenis van de Thai Bangkaew Dog
De geschiedenis begint in het dorpje Bang Kaew in centraal Thailand bij Phitsanulok. De derde Abt van de tempel Bangkaew met de naam “Luang Puh Metharee”, die een groot dierenliefhebber was kreeg van een oude vrouw uit het
dorpje Bangkaew een grote drachtige teef met een lange zwarte vacht. De teef moet zijn gedekt door een Jakhals of een Thaise wilde hond, daar de pups een lange vacht in de kleuren zwart-bruin, wit-rood en zwart-wit waren.
Inmiddels is door talrijke tests bewezen dat de Thai Bangkaew Dog van de gouden Jakhals afstamt.
Het nest bestaat uit 4 teefjes, die door de Abt worden groot gebracht en in de buurt van de tempel Bang Kaew blijven in dezelfde periode stichtten leden van de Song bevolkingsgroep het dorp Huay Chan niet ver van de tempel,
omdat ze met hun boten wegens overstromingen niet verder kunnen. Deze Song hadden altijd 4 tot 8 honden op hun boten om hun handelswaar te beschermen. De twee Dorpen begonnen handel met elkaar te bedrijven en zo
kwamen de honden met elkaar in contact en vermengden zich. Het bijzondere is dat de teven altijd loops werden tijdens het regen seizoen en omdat het dorpje Bangkaew tussen 2 rivieren ligt was het compleet van de buitenwereld afgesloten
zodat door inteelt het zuivere ras Thai Bangkaew Dog ontstond.
Tot op heden toe worden de Thai Bangkaew Dogs zuiver gefokt, daar wordt streng op toegezien door de Vereniging van Thai Bangkaew Dog fokkers.
Tot voor 7 jaar geleden stond er nog een strenge straf op (zelfs tot een gevangenisstraf van 5 jaar) als er Thai Bangkaew Dogs buiten Thailand verkocht werden, omdat men bang was voor vermenging met andere rassen.
In de jaren 50 ontstaat er rond en in de stad Phitsanulock een grote populatie Thai Bangkaew Dogs.
In 1983 constateert een dierenarts uit Phitsanulock dat het ras bijna is uitgestorven als gevolg van voortdurende inteelt.
Deze dierenarts Dr.Nisit Tangtrakarnpong probeert de inwoners van het dorp Bangkaew te overtuigen om een programma te starten om de Thai Bangkaew Dog te behouden, maar dat lukt hem daar niet.
Het lukt hem wel om in de wijk Chumsangsongkram van Phitsanulock voldoende geïnteresseerde mensen en zuiver gefokte Thai Bangkaew Dogs te vinden om zijn project “Bangkaew khuen thin” (de Bangkaew gaat naar huis) te starten
en om een goed fokprogramma op te stellen.
Een van deze fokkers was de Chumsangsongkram kennel, de oudste en bekendste Thai Bangkaew dog kennel van Thailand.


Korte historische samenvatting:
De Thai Bangkaew Dog is een oud ras dat zijn oorsprong heeft in het dorp Bangkaew, in het Thanang-ngam gebied in het Bang-rakam district van de provincie Phitsanulok in Thailand.
Het hedendaagse ras is van oorsprong een kruising tussen de zwart-witte inheemse teef van de locale Buddhistische abt en een nu uitgestorven wilde hond.
In 1957, is door selectieve fok uit enkele nesten het hedendaagse ras na generaties ontstaan. De Thai Bangkaew Dog wordt gezien als een kostbaar erfgoed van de provincie Phitsanulok en wordt ook in de hele provincie veelvuldig gefokt.
Inmiddels is het ras zo beroemd geworden dat ze nu in alle gebieden van Thailand worden gefokt.
Algemeen uiterlijk:
De Thai Bangkaew Dog heeft een vierkante bouw, is goed geproportioneerd, nooit laag op de poten, met een tamelijk brede en diepe borst. Het heeft een dubbele vacht, die een kraag rond de nek en schouders behoort te vormen,
met een pluimstaart, meer geprononceerd in reuen dan teven. De reuen zijn krachtiger van bot dan de teven.
Belangrijke verhoudingen:
Lengte van het lichaam/schofthoogte = 1 : 1
Lengte van de poten iets langer dan de diepte van borst.
Gedrag/temperament:
Alert, intelligent, loyaal, waaks en gehoorzaam. Het ras is makkelijk te trainen. Ze kunnen wat terughoudend naar onbekenden zijn.
Hoofd:
Craniaal streek:
Schedel: De schedel is wigvormig, tamelijk breed, maar niet grof en in verhouding tot het lichaam.
Stop: Duidelijk gedefinieerd, maar gematigd.
Neus: Zwart en in verhouding tot de snuit.
Snuit: Van middellange lengte, breed aan de basis en spitser toelopend naar de neus. De nasaalbrug behoort recht te zijn.
Lippen: Strak aansluitend met donkere en volledige pigmentatie.
Kaken/Gebit: Boven en onderkaak zijn sterk met een volledig gebit. Schaargebit. Een tanggebit wordt getolereerd.
Ogen: Gemiddelde formaat, amandelvormig. De kleur moet zwart of donker bruin zijn.
Oren: Klein, in verhouding tot de schedel, tamelijk hoog geplaatst, maar niet te dicht naast elkaar, driehoekig met de uiteinden licht gepunt, opstaand en iets naar voren gericht.
Nek:
Krachtig, gespierd, soepel overgaand in de schouders, trotse houding.
Lichaam:
Rug: In profiel bekeken, recht en vlak.
Lendenen: Krachtig en breed.
Kruis: Matig hellend.
Borst: Tamelijk breed en diep, reikend tot de ellebogen. De ribben zijn goed gewelfd, maar nooit tonvormig.
Onderlijn: De buik is weinig opgetrokken.
Staart:
Matig lang, goed gevederd, dik aan de basis, goed geplaatst en gedragen met matige omhooggaande bocht over de rug.
Ledematen:
Voorhand:
Schouder:Matig gehoekt en goed bespierd.
Bovenarm: In balans met de schouderhoek.
Onderarm: Recht en krachtig, parallel van voren gezien.
Pols: Kort, licht hellend.
Voorvoeten: Rond, gebogen en compact.
Achterhand:
Dijen: Hoeking in balans met die van de voorhand, krachtig en goed gespierd.
Knie: Goed gehoekt.
Hakken: Krachtig en laagstaand.
Middenvoet: Van achter gezien, loodrecht op de grond.
Achtervoeten: Net als voorvoeten.
Gangwerk:
Flexibele en krachtige beweging, goed uitgrijpend en stuwend, maar nooit overdreven, de rug rechthoudend met een trotse houding van hoofd en staart. Voor en achterpoten parallel, naar binnen neigend bij hogere snelheid.
Vacht:
Haar: Dubbele vacht. Dekhaar is recht en hard, de ondervacht zacht en dicht. Matig lang op lichaam, langer rond nek en schouders, een kraag vormend die meer uitgesproken is bij de reuen dan teven. De achterkant van de voorpoten zijn bedekt met bevedering die afnemen naar de pols toe. De achterkant van de achterpoten zijn bedekt met lang haar tot aan de hakken. De vacht mag nooit zo lang worden dat hij de lichaamsvorm verdoezeld. De vacht is kort op de kop en aan de voorkant van de poten.
Kleur:
Wit met goed gedefinieerde vlekken. Vaak in elke tint van ‘citroen’, rood, fawn, bruin of grijs, met of zonder zwarte haar tippen, tot gelijkend op driekleur. Ook in wit met zwarte vlekken.
Elke vorm en verdeling van de vlekken zijn toegestaan, maar symmetrisch op het hoofd, de ogen en oren omsluitend heeft de voorkeur, met of zonder donker masker, bij voorkeur met wit om de snuit. Lichte tik in het wit is toegestaan in een anders uitstekend exemplaar.
Afmeting:
De ideale schofthoogtes zijn:
Reuen: minimaal 46 cm, maximaal 55 cm.
Teven: minimaal 41 cm, maximaal 50 cm.
Fouten:
Elke afwijking van voorgaande punten moet als een fout worden beschouwd, hoezeer de fout meeweegt moet in verhouding staan tot de ernst van de afwijking en hoe deze de gezondheid en het welzijn van de hond beïnvloedt.
- Te brede snuit.
- Licht gekleurde neus.
- Grote, ronde ogen.
- Licht gekleurde ogen.
- Grote oren.
- Ronde rug.
- Holle rug.
- Staart te strak tegen de rug gedragen.
- Een staart die opzij valt.
- Te weinig kraag of bevedering aan de voor en achterpoten
- Peddelende of golvende beweging.
- Te groot of te klein.
Ernstige fouten:
- Meer dan drie missende tanden.
- Volledig witte vacht of enkel met wat tikken.
Diskwalificerende fouten:
- Agressieve of angstige honden.
- Elke hond die duidelijke fysieke of gedragsafwijkingen aantoont zal worden gediskwalificeerd.
- Onder of overbeet.
- Hangende oren.
- Natuurlijke stomp staart.
- Krul of knikstaart.
- Korte of gladde vacht.
- Effen gekleurde vacht met minimale witte aftekeningen.
N.B.
- Reuen behoren twee normaal gevormde, ingedaalde testikels te hebben.
- Alleen functioneel en klinisch gezonde honden met typische ras conformatie zouden voor de fok gebruikt mogen worden.


Karakter:
De Thai Bangkaew Dog is een echte oertype en reageert dus dikwijls op instinct.
Ze zijn ontzettend trouw en loyaal aan het gezin mits ze goed opgevoed worden en duidelijk de gewenste gedragsregels binnen het gezin leren kennen. Ze hebben dus een echte leider en goede socialisatie nodig!
Een goede opvoeding en socialisatie kost bij dit ras veel tijd, geduld en moed. Daarnaast is het erg belangrijk dat iedereen binnen het gezin dezelfde regels hanteert. Als dit niet gebeurd is het echt vragen om problemen op het gebied van hun gedrag. De hond weet namelijk niet meer wat er gewenst wordt qua gedrag en zal zeker grenzen gaan verleggen bij iedereen binnen het gezin.
Dit kan zich uiten in tanden laten zien, grommen en happen. Gedurende een Thai Bangkaew leven zal het belangrijk zijn de 3 R’s te houden binnen het gezin. Rust, Ritme en regelmaat. Als hier een disbalans in komt dan zal de hond zich gaan richten op zijn vertrouwde oerinstinct om zichzelf te beschermen. Want hij vertrouwd zijn eigen omgeving dan namelijk niet meer.
Het is een ras dat veel beweging verlangt, regelmatig zijn sociale speelmomenten dient te hebben en graag hersenwerk doet.
Ondanks de goede opvoeding zullen ze altijd afwachtend/terughoudend zijn ten opzichte van mensen die ze niet kennen. Zomaar een aai over de kop vanuit het niets is dus niet gewenst. De hond zal zijn kop terugtrekken of wegdraaien.
De hond moet op zijn gemak iemand kunnen leren kennen en wanneer het hem uitkomt iemand voorzichtig benaderen. Als eenmaal het vertrouwen er is dan kan er fysiek contact gemaakt worden. Als tegenovergestelde kan er voor de baas geen lievere hond bestaan mits men elkaar in waarde en normen respecteert en er tijd voor elkaar vrij gemaakt wordt. Ze kunnen zelfs goede schoothonden worden mits de relatie baas/hond goed is. Als men vanaf begin aan tijd spendeert aan opvoeding zijn ze zeker te trainen om te werken voor de baas. Denk aan speuren, behendigheid. Lekker fysiek bezig zijn en hersenwerk.
Het zijn zeker waakhonden, maar geen onnodige blaffers. Als ze aanslaan dan is er zeker iets te melden. Dit moet men wel respecteren, want dit is de aard van het ras. Als jonge hond moet je er echt buitengewoon veel tijd aan besteden en korte grenzen houden. Daarnaast is het los laten lopen ook mogelijk mits de training hier goed op gebaseerd is. Echter blijft het jachtinstinct zeer zeker actief en vraagt dit ook aandacht van de baas. Het houden van korte grenzen zal hierin zeker helpen om ervoor te zorgen dat de hond bij je blijft en niet zoek raakt in het jachtinstinct en ver weg zal lopen.